Belangrijkste impulsen voor circulaire economie zijn veranderde klantvraag en vierde industriële revolutie.

Jan-Willem van der Beukel en Hans Schoolderman
Weg met de wegwerpmentaliteit geen emissies en maximaal (her)gebruik, zo luidt kort samengevat de heldere ambitie van
staatssecretaris Dijksma (Infrastructuur en Milieu) en minister Kamp (Economische Zaken).thumbnail_conflict-1445377_960_720 Hun Rijksbrede programma voor circulaire economie leunt sterk op drijfveren als klimaatverandering en dreiging van grondstof schaarste. Daarmee verwisselen
zij neveneffecten met primaire drijfveren. Om werkelijk tot een honderd procent circulaire economie in 2050 te komen moet het programma zich meer richten op economische motieven. Op 14 september heeft het kabinet een programma over de circulaire gepresenteerd. Er wordt onder meer een grondstoffenakkoord gesloten tussen overheid, bedrijfsleven en stakeholders. Dit initiatief verdient een groot applaus. De kabinet ambitie vormt voor bedrijfsleven, gemeenten en ngo`s een helder doel dat richting geeft aan investeringen en innovatie. Echter, als je het programma goed leest, valt op dat het kabinet zijn prioriteiten,
zoals de keuze voor de maakindustrie, maar mondjesmaat baseert op de enorme economische potentie van de circulaire economie. Dat geeft twee problemen.
Allereerst creëert het kabinet hiermee onbedoeld een frame waarin de circulair weer een moetje wordt, terwijl circulair economie het onderwerp duurzaamheid nu juist algemeen aanvaard heeft gemaakt via bedrijfseconomische voordelen als omzetgroei, kostenbesparing en innovatie. daardoor dreigt de overheid de aansluiting met het bedrijfsleven te verliezen. Bovendien mist men zo economische kansen: de aandacht gaat vooral naar de recycling, hetgeen in een circulaire economie de minst aantrekkelijke optie is na storten en verbranden. Juist voor de maakindustrie, die product-als-dienst, productrenovatie en asset sharing breed omarmt, is dit een stap terug.
Kijk je naar de echte drijfveren van voorlopers in het bedrijfsleven om te transformeren naar een circulair, dan zien we dat ze dit ten eerste doen omdat de klantvraag verandert. Zo zien we dat consumenten in toenemende mate voorkeur geven aan toegang boven eigendom. De opkomst van decentrale netwerken en marktplaatsen die de waarde van onderbenutte goederen en diensten ontsluiten door vraag en aanbod direct bij elkaar te brengen is daar een goed voorbeeld van. We delen de auto met de buurman met als neveneffect minder auto’s en dus minder grondstoffengebruik. Een tweede drijfveer is de vierde industriële revolutie, die de circulaire economie mogelijk maakt. De vierde industriële revolutie resulteert in robots die in luttele seconden je oude telefoon demonteren en in 3D-printers die in een klap omvangrijke voorraden van reserve onderdelen overbodig maken. Grondstof schaarste en klimaat worden door bedrijven pas als derde drijfveer genoemd. Niet vanwege een gebrek aan grondstoffen, maar omdat wetgeving dit eist en prijsschommelingen van grondstoffen bedrijfsmatig onwenselijk zijn.
Het programma voor de circulaire economie, inclusief het nationaal grondstoffenakkoord, verdient brede steun. Wanneer de Tweede Kamer ermee instemt, kan deze circulaire stip op de horizon uitgroeien tot de belangrijkste erfenis van dit kabinet. Deze transformatie zal namelijk meer dan € 7 mrd aan extra omzet genereren, onder meer door waardeverlies uit afval en emissies te stoppen. Maar om de ambitie 100% circulair in 2050 werkelijkheid te laten worden, is een verschuiving van denken nodig. De kabinetsanalyse van drijfveren is nog niet in balans; te veel gericht op milieu en idealen, te weinig op economische principes. de term zegt het al: de circulaire economie is op de eerste plaats een economisch systeem. Om de transformatie te versnellen zijn echte marktprikkels nodig.